Вступление
[Intro]
| | | | |
| | | |
[Verse 1]
En we kijken naar buiten, jij ziet niet wat ik zie.
Zoek jij de waarheid, dan zie ik de fictie.
Hoor jij de vogels, dan zie ik de treinen.
Zie jij de parels.
Dan hoor ik de zwijne-en.
[Chorus 1]
En we hebben geen geld, maar we kijken naar buiten.
Jij zegt 't zou nog zoveel mooier zijn.
Met propere ruite-en.
[Verse 2]
En we sparen een auto en we rijden naar zee.
Onze kroost is onzichtbaar, maar ze rijden al mee.
En ik zie grijze wolken, jij ziet de gouden draad.
Je zegt 't is altijd slechter, in het binnenland.
[Chorus 1]
En we hebben geen geld, maar we kijken naar buiten.
Jij zegt 't zou nog zoveel mooier zijn.
Met propere ruiten.
[Interlude]
| | | | |
| | | | |
[Verse 3]
En ik heb geen reden om jou niet te geloven.
Kijk jij naar beneden dan, kijk ik naar boven.
Zie ik de vogels, zie jij de vissen.
Zo zijn we zeker.
Dat we samen niks misse-en.
[Chorus 2]
En we hebben geen geld, maar we kijken naar buiten.
En ik hecht geen belang, aan propere ruiten.
[Chorus 3]
We hebben geen geld, maar we kijken naar buiten.
Eindelijk snap ik het belang.
Van propere ruite-en.
[Outro]
| | | | |
(herhaalde malen, uitgesponnen einde)