Вступление
(3/4 maat)
[Intro]
| D | D | D | D |
| D | D | D | D |
[Verse 1] (Hans)
De tijd zit erop en we varen weer thuis.
Het duurt nog maar enkele weken.
Een paar keer op wacht en dan kom ik naar huis.
Dan zullen w'elkander weer spreken.
Dus, dit is de laatste brief die ik je schrijf.
Kijk 's avonds maar goed in de krant.
Dan weet je precies, waar ik ben en ik blijf.
Voordat ik weer trugkom in 't land.
[Break]
| A | A | A |
[Chorus]
Zie ik de lichtjes van de Schelde.
Dan gaat m'n hart wat sneller slaan.
Ik weet dat jij op mij zult wachten.
En dat je aan de kaai zult staan.
Zie ik de lichtjes van de Schelde.
Ist of ik in je ogen kijk.
Die zo heel veel liefs vertellen.
Dan ben ik als een prins zo rijk.
[Interlude]
| D | D | D | D |
| D | D | A | A |
| D | A | D | D |
[Verse 2] (Wannes)
Je weet wel, m'n schat, dat ik veel van je hou.
Dat hoef ik je niet te verklaren.
Een zeeman is dol op z'n kind'ren en vrouw.
Maar toch moet hij altijd weer varen.
Maar heef soms de zee iets verkeerds met me voor.
En krijg ik voorgoed averij.
Denk dan aan de kind'ren en sla je er door.
Maar spreek hun dan dikwijls van mij.
[Break]
| A | A | A |
[Chorus] (Wannes & Hans)
Zie ik de lichtjes van de Schelde.
Dan gaat m'n hart wat sneller slaan.
Ik weet dat jij op mij zult wachten.
En dat je aan de kaai zult staan.
Zie ik de lichtjes van de Schelde.
Ist of ik in je ogen kijk.
Die zo heel veel liefs vertellen.
Dan ben ik als een prins zo rijk..
[Outro]
| D | D | D | D |
| A | D | A | D |
| D | D | D | D |
| D | D | D | D |