Вступление
Album: De liedjes van Jaap Fischer
Jaar 1961
[Verse]
Ik zoek de rust van een kist, van een lange houten kist
In een hoekje van het kerkhof, waar geen tuinman komt,
Waar m’n botten stil verrotten en de tijd verstomt.
Zonder drank en sigaretten,
Met wat maden en een mol
Zonder werk om op te letten:
‘k Maak m’n eigen kist wel vol.
[Chorus]
En jij komt nooit langs m’n zerk,
Want mijn vlees was zwak, maar mijn botten zijn vast sterk
D (losse snaren spelen) G (idem)
En de kans bestaat dat dan het deksel opengaat.
En dan zal ik weer vergeten dat ik rust zocht in een kist.
[Verse]
Ik zoek de rust van een kist, van een dorre houten kist
Waar ik stil kan overdenken wat ik hier niet kan,
Met een paar ogen die verdrogen in m’n hersenpan.
Zonder ooit te hoeven eten
Zonder lach en zonder traan
En gerust te kunnen weten:
‘k Houd dit nachthemd altijd aan.
[Chorus]
En jij komt nooit langs m’n graf,
Want zonder dat je het weet werd je m’n grootste straf
D (losse snaren spelen) G (idem)
Want dan kan het heel goed dat ik gewoon naar boven moet.
En dan zal ik weer vergeten dat ik rust zocht in een kist.
[Verse]
Ik zoek de rust van een kist, van een sobere houten kist,
Onder een spotvogel die in een treurwilg ‘Feuille morte’ zingt,
Z’n neus gesloten met z’n poten omdat het lijkt nog stinkt,
Zonder oorlog, zonder vrede,
Zonder moraal, zonder moreel,
Met m’n afgevallen leden
En m’n tanden in m’n keel.
En jij, kom jij ooit in nood,
Dan heb je mij nog altijd ook al ben ik dood,
D (losse snaren spelen) G (idem)
Want omdat jij het bent staat in m’n testament
Dat je de rotzooi mag verkopen aan een medische student.